Al 20 jaar lang verblijdt het Apenstaartjaren-onderzoek ons elke 2 jaar met een verse lading cijfers en statistieken over hoe de Vlaamse jongeren (6-18 jaar) met digitale media omgaan.
Apenstaartjaren 2026 is het resultaat van een representatieve bevraging bij meer dan 6000 jongeren (6-18 jaar). Dat gebeurde via een online vragenlijst en focusgroepen, waarbij ze zelf het woord krijgen over hun mediagebruik en hun ervaringen met digitale media.
Mediaraven, Mediawijs, de onderzoeksgroep imec-mict-UGent en Link in de Kabel voerden het onderzoek uit. Voor de selectie van de thema’s en het opstellen van de vragenlijst werkten ze nauw samen met De Ambrassade, Child Focus en DNS Belgium.
Op woensdag 27 mei hebben we Annelies Decraene, coördinator van Mediawijs te gast bij I Like Media. Zij zal de belangrijkste cijfers toelichten in een interactief webinar van 1 uur. Zo heb je de perfecte basis als je je communicatiestrategie ook op tieners (10-18 jaar) wil afstemmen.
Met deze 3 opmerkelijke conclusies geven we jullie alvast een voorsmaakje:
1. De smartphone is het belangrijkste toestel

Het eerste eigen toestel is niet altijd de smartphone. In de eerste graad lager onderwijs is de tablet het toestel dat kinderen het vaakst zelf bezitten: bijna de helft heeft er één. Het aantal kinderen met een eigen tablet piekt in de tweede graad lager onderwijs.
Vanaf de derde graad lager onderwijs neemt de smartphone de koppositie over als het meest voorkomende eigen toestel.
In het secundair onderwijs wordt de tablet vervolgens ook ingehaald door de computer. Voor het bezit van een eigen smartphone zien we een belangrijk kantelpunt in de derde graad lager onderwijs: vanaf dan bezit een kleine meerderheid een eigen toestel (51%). In het secundair onderwijs stijgt dat naar meer dan 90% van de jongeren.
Het bezit van een eigen computer volgt een gelijkaardige evolutie op iets latere leeftijd. In de eerste graad secundair heeft meer dan de helft van de jongeren een eigen computer, de rest volgt in de tweede graad secundair.
2. Snapchat is hét sociale netwerk voor tieners

Over Facebook wordt in het onderzoeksrapport zelfs al niet meer gesproken. Waar bij kinderen in de 3e graad van de lagere school YouTube nog het populairste sociale netwerk is, verandert dat helemaal in het middelbaar – uiteraard onder invloed van de eigen smartphone. Bijna 9 op de 10 jongeren in het middelbaar gebruikt elke week Snapchat – 75% zelfs dagelijks.
Het blijft opmerkelijk dat ondanks de maatschappelijke discussie en de groeiende regelgeving een best grote groep -13-jarigen actief kan blijven op sociale media die volgens hun eigen voorwaarden -13-jarigen niet toelaten om accounts te maken en zonder expliciete toestemming van ouders geen data van -13-jarigen mogen verzamelen.
Van waar komt dat verschil? In de lagere school hebben minder tieners een jongeren volledig geconnecteerde smartphone.
Vergeet ook niet dat je officieel 13 jaar moet zijn om op al die platformen een account te mogen maken. TikTok controleert net iets strenger de minimumleeftijd dan andere platformen. Daarnaast kijken ze ook vaker naar YouTube, en daar vinden ze ook de populaire filmpjes van op TikTok en Snapchat.
Jongeren gaan op zoek naar alternatieven voor sociaal contact. WhatsApp wordt vaker gebruikt, maar uit klasgesprekken blijkt dat velen ook na schooltijd met elkaar in gesprek gaan via videoplatformen
of de chatfunctie in games. Denk aan Twitch, bijvoorbeeld.
Hoe gebruiken tieners digitale media?
Ontdek welke toestellen, apps en sociale netwerken tieners gebruiken en hoe ze met AI omgaan. Annelies Decraene (Mediaraven) licht alle relevante Apenstaartjaren-cijfers toe.

3. ChatGPT is razend populair bij tieners
Op 3 jaar tijd heeft generatieve AI een onmisbare plaats ingenomen in het leven van de Vlaamse jongeren. In de lagere school gebruikt 45% minstens 1 keer per week AI, in de middelbare school loopt dat al op tot 77,5%.
Als we gaan kijken welke tools ze gebruiken, dan springt ChatGPT er met kop en schouders bovenuit. Opmerkelijk: Snapchat AI is populairder dan Copilot en Gemini.
Wat ze dan vooral doen? Vragen stellen (79,3%) is het topantwoord. Tijd dus om werk te maken van je GEO?








