Digitaal protest (slot): De Arabische lente

Op 15 september geef ik een presentatie voor Bond Beter Leefmilieu over ‘online actie voeren‘. Dit weekend werk ik de presentatie af. En met welke case kan ik dan beter beginnen dan met de Arabische lente? Waren de omwentelingen in Tunesië, Egypte en Libië ook gebeurd zonder Facebook en co? Ongetwijfeld wel. Maar het internet heeft het sluimerend ongenoegen bij de bevolking wel in een serieuze stroomversnelling gebracht.

Van offline naar online

Wat opvalt in de verschillende revoluties, is dat een Facebookpagina om te protesteren tegen het regime niet zomaar opgericht wordt. Zowel in Egypte, Tunesië en Syrië werd een pagina opgericht om een martelaar te gedenken die gestorven was door toedoen van het regime. Op die manier kreeg het protest een gezicht. In Syrië viel de twijfelachtige eer te beurt aan de 13-jarige Hamza Al-Khateeb die de martelingen door de politie niet overleefde. In Tunesië was het Mohammed Bouazizi die zichzelf in brand stak om te protesteren tegen het regime.

In Egypte richtte Google manager Wael Ghonim een Facebookpagina ter ere van Khaled Saïd: een jongeman die door de politie doodgefolterd werd. Het waren de gruwelijke foto’s van zijn lichaam die gepost werden op de Facebookpagina ‘We are all Khaled Saïd‘. De Arabische versie haalde in geen tijd meer dan een miljoen aanhangers. De Engelstalige versie zit momenteel ook al bijna aan 150.000 fans.

De Twitter-revolutie

“Facebook used to set the date, Twitter used to share logistics, YouTube to show to the world”. Deze tweet van Google topman Jared Cohen vat nog het best de rol van Twitter in de Arabische lente samen. Het ongenoegen met het regime en de drang tot revolutie sluimerde al lang bij veel Egyptenaren. Alleen wist niemand echt hoeveel mensen dat gevoel deelden.

De situatie zou vroeg of laat ontploft zijn. Maar dankzij Facebook en Twitter hadden de mensen eindelijk een tool die vrij snel duidelijk maakte dat je niet alleen stond met je ideeën. Via de hashtag #jan25 werden miljoenen Egyptenaren via Twitter gemobiliseerd om te protesteren op het Tahrirplein. Het regime zelf blonk vooral uit in afwezigheid in social media. en zodoende had het volk vrij spel. Met de gekende afloop als gevolg.

Censuur leidt tot meer protest

Een en ander kwam afgelopen lente in een stroomversnelling in Noord-Afrika. Maar voor de eerste echte internetrevolutie moeten we terug naar 2009. Toen braken in Iran rellen uit nadat de presidentsverkiezingen uitgedraaid waren op een frauduleuze overwinning van Ahmadinejad. Toen de 26-jarige Neda Agha-Soltan in de straten van Teheran doodgeschoten werd door een sluipschutter, werd ze hét gezicht van de revolutie.

De video van het gebeuren werd aan The Guardian bezorgd. Via e-mail, want websites als YouTube en Facebook waren door het regime geblokkeerd in Iran. Bloggers die niet de stem van het regime verdedigen kunnen de doodstraf krijgen. Wat zich in de weken van protest na de verkiezingen ontspon was vooral een strijd tussen de manifestanten, die door proxyservers op te zetten opnieuw toegang probeerden krijgen tot sociale media, en de regering die elke nieuwe proxy die ze ontdekten ook weer blokkerden.

En ook al waren de meeste tweets over de revolutie in Iran verstuurd door mensen die niet in Iran zelf verbleven, toch speelde de microblogsite een zeer belangrijke rol in de protesten en de verspreiding van informatie naar de rest van de wereld. De Amerikaanse overheid vroeg Twitter zelfs om een belangrijke update uit te stellen, zodat Twitter in Iran overdag geen twee uur plat zou liggen.

Conclusie

Sociale media doen in tijden van revolutie waar ze voor ontwikkeld zijn: mensen bij elkaar brengen en ideeën uitwisselen. Stellen dat de revoluties in Noord-Afrika zonder Facebook en co niet zouden uitgebroken zijn, kunnen we niet. Sluimerend ongenoegen vindt vroeg of laat wel een manier om te ontploffen. Maar in een wereld waarin het internet onze communicatie nog elke dag sneller doet verlopen, hebben Twitter, YouTube, Facebook en andere sociale media de lont aan het kruitvat wel een flink stuk ingekort.

Gerelateerd